Rekenen > Breuken vermenigvuldigen en delen
1234567Breuken vermenigvuldigen en delen

Verkennen

Opgave V1

Je ziet de munten van ons geldstelsel. De basismunt is de munt van €  `1,00` .

Je moet € `3,50` betalen.

a

Je gebruikt alleen munten van `1/2` euro. Hoeveel heb je er nodig?

b

Hoeveel munten van `1/10` euro heb je nodig om de € `3,50` te betalen?

Opgave V2

Ton en Hans bestellen samen een grote pizza. Ze snijden hem in twee gelijke delen, een helft voor Hans en een helft voor Ton. Hans eet van zijn helft maar `3/4` deel op.

a

Welk deel van de hele pizza is dat?

b

Leg uit dat het ging om het vermenigvuldigen van twee breuken.

verder | terug