Symmetrie > Driehoeken
123456Driehoeken

Verwerken

Opgave 11

Je ziet vier driehoeken.

a

Welke driehoeken zijn gelijkbenig?

b

Welke driehoeken zijn rechthoekig?

c

Stel `angleC = 44` °, hoe groot is `angleA` dan?

d

Kun je de hoeken berekenen van `Delta GHI` ? Zo ja, bereken de hoeken. Zo nee, leg uit waarom dat niet kan.

Opgave 12

Je ziet vier driehoeken. In de driehoeken is aangegeven welke lijnstukken gelijk zijn.

Bereken de hoeken van deze driehoeken.

Opgave 13

Een boekenkast heeft voor de stevigheid twee even lange stangen aan de achterkant die in het midden aan elkaar vastzitten. Zie figuur. `/_ A = 37` °.

Bereken de twee verschillende hoeken die beide stangen met elkaar maken.

Opgave 14

Teken de volgende driehoeken.

a

Teken twee gelijkbenige driehoeken `Delta ABC` met `AB = 5` cm en `angle A = 30` °.

b

Teken twee rechthoekige driehoeken `Delta DEF` met `DE = 5` cm en `angle D = 30` °.

c

Teken `Delta GHI` met `GH = HI = 5` cm en `angle G = 60` °. Wat weet je van `angle H` en `angle I` ?

Opgave 15

Deze vlieger is lijnsymmetrisch.

Bereken de hoeken waar een vraagteken in staat.

Opgave 16

In elke driehoek `A B C` met `A C = B C` is de lijn die door het midden `M` van `A B` gaat en daar loodrecht op staat, de bissectrice van `angle C` .

Beredeneer waarom dit zo is.

Opgave 17

Twee lijnen maken in het punt `O` een hoek van `7°` .

Een kangoeroe springt vanuit `O` om en om op de twee lijnen. Vanuit `O` naar `A` , naar `B` , naar `C` , enzovoort. Al zijn sprongen zijn even groot.

Als de kangoeroe zo ver mogelijk van `O` is gekomen, stopt hij met springen. Bij welke letter stopt de kangoeroe?

Je ziet een bovenaanzicht van de lijnen en de sprongen van de kangoeroe. `Delta OAB` is gelijkbenig en `angle AOB = angle OBA = 7` °.

verder | terug