Symmetrie > Draaisymmetrie
123456Draaisymmetrie

Voorbeeld 2

Bekijk hoe `Delta ABC` wordt gedraaid om punt `P` over `60^@` (dus tegen de klok in). De hoeken maak je op papier met een geodriehoek. De gelijke afstanden worden met een passer gemaakt. Dat kan eventueel ook met de geodriehoek.

Opgave 6

Gebruik het werkblad. Draai `Delta ABC` om punt `P` over `90^@` (dus tegen de wijzers van de klok in), vervolgens `180^@` en ten slotte `270^@` . Je hebt dan een draaisymmetrische figuur getekend met een kleinste draaihoek van 90°.

Opgave 7

Teken in een assenstelsel de punten `A(3 ,text(-)2 )` , `B(5 ,0 )` en `C(1 ,3 )` . Je gaat nu `∆ ABC` draaien om punt `F(3 ,1 )` over 90°.

Teken `DeltaABC` en de beeldfiguur `DeltaA_1 B_1 C_1` en schrijf de coördinaten van die beeldpunten op.

Opgave 8

In een assenstelsel staan de punten `A(0, text(-)3)` , `B(2, text(-)1)` , `C(1, 2)` en `D(text(-)2, 1)` . Deze vormen de vierhoek `ABCD` .

a

Draai vierhoek `ABCD` om punt `C` over 90°. Teken beeldfiguur `A'B'C'D'` en schrijf de coördinaten van die beeldpunten op.

b

Draai vierhoek `A'B'C'D'` om punt `C'` over 90°. Teken beeldfiguur `A''B''C''D''` en schrijf de coördinaten van die beeldpunten op.

c

Draai vierhoek `ABCD` om punt `C` over -90°. Teken beeldfiguur `A_1 B_1 C_1 D_1` en schrijf de coördinaten van die beeldpunten op.

d

Is de figuur die door deze vier vierhoeken wordt gevormd lijnsymmetrisch, puntsymmetrisch en/of draaisymmetrisch? Geef het eventuele aantal symmetrieassen, het symmetriepunt, het draaicentrum en de kleinste draaihoek.

verder | terug