Symmetrie > Draaisymmetrie
123456Draaisymmetrie

Verwerken

Opgave 10

Je ziet een doornenkroon, een mooie draaisymmetrische zeester. Ga ervan uit dat hij ook echt perfect draaisymmetrisch is.

a

Wat is de kleinste draaihoek?

b

Is deze zeester ook puntsymmetrisch?

c

Is deze zeester ook lijnsymmetrisch? Zo ja, hoeveel symmetrieassen heeft hij?

Opgave 11

Je ziet een driehoek die je op het werkblad om het punt gaat draaien. Draai de driehoek eerst om punt . Doe dat vervolgens nog twee keer, zodat je uiteindelijk vier driehoeken hebt getekend.

Opgave 12

Je ziet  weergegeven in een assenstelsel.

a

wordt gedraaid over 90°, dus tegen de klok in, om de oorsprong van het assenstelsel. Teken de beeldfiguur en schrijf de coördinaten van de hoekpunten daarvan op.

b

wordt gedraaid over -90°, dus met de klok mee, om de oorsprong van het assenstelsel. Teken de beeldfiguur en schrijf de coördinaten van de hoekpunten daarvan op.

c

wordt gedraaid over 180° om de oorsprong van het assenstelsel. Teken de beeldfiguur en schrijf de coördinaten van de hoekpunten daarvan op.

Opgave 13

Bekijk de draaisymmetrische figuren.

a

Geef van elke figuur de kleinste draaihoek.

b

Welke van deze figuren zijn ook puntsymmetrisch?

c

Welke van deze figuren zijn ook lijnsymmetrisch? Geef in dat geval het aantal symmetrieassen.

Opgave 14

Je ziet drie figuren. Door deze figuren aan te vullen kunnen ze draaisymmetrisch worden. Het centrum van draaiing is aangegeven met een rode stip, de kleinste draaihoek staat erbij. Maak de figuren compleet op het werkblad.

Opgave 15

Bekijk het assenstelsel met daarin vierhoek .

a

Vierhoek wordt gedraaid over 90° om de oorsprong van het assenstelsel. Teken de beeldfiguur op het werkblad en schrijf de coördinaten van de hoekpunten daarvan op.

b

Vierhoek wordt gedraaid over -90° om de oorsprong van het assenstelsel. Teken de beeldfiguur en schrijf de coördinaten van de hoekpunten daarvan op.

Opgave 16

Bekijk de draaisymmetrische figuur.

a

Hoe groot zijn alle hoeken bij het draaicentrum?

b

Beredeneer nu de grootte van de drie hoeken van de gekleurde driehoekjes.

verder | terug